Statuten

Statuten Vereniging Vrienden Musea Zutphen
Zoals gewijzigd per 29 september 2016
……………………………………………………………………………………………………………………….

Naam en Zetel
Artikel 1
De Vereniging draagt de naam: “Vereniging Vrienden Musea Zutphen” .
Zij is een voortzetting van de Vereniging van Vrienden van de Stedelijke Musea te Zutphen die een voortzetting was van de Zutphense Kunstvereniging “Pictura”.
De musea bestaan uit het Stedelijk Museum Zutphen en het Museum Henriette Polak. Hierna te noemen de musea.
De vereniging is gevestigd te Zutphen.

Duur
Artikel 2
De vereniging is opgericht op negen oktober negentienhonderd tweeënzestig. Zij wordt voortgezet voor onbepaalde tijd.

Doel
Artikel 3
a.
Het bieden van ondersteuning van de musea onder meer bij het aankopen en het restaureren van museale objecten.
b. 
Het bevorderen van belangstelling, in het bijzonder bij de bevolking van Zutphen en omstreken voor de musea, alsmede het bevorderen van alle activiteiten, die tot bloei van de musea kunnen bijdragen.
c. 
Het bevorderen van educatieve activiteiten.
d. 
Het bevorderen van de belangstelling voor de kunst in algemene zin en de geschiedenis van Zutphen.

Middelen
Artikel 4
De vereniging tracht deze doelstellingen te bereiken door:
1. 
Het vormen van een fonds, waarmee aan aankopen van museale objecten voor de musea kan worden bijgedragen of waaruit aankopen kunnen worden gedaan die ter beschikking worden gesteld van de musea;
2. 
Het organiseren van (studie)bijeenkomsten, cursussen en excursies betreffende kunst en historie;
3. 
Het (laten) verzorgen van publicaties;
4. 
Het geven van adviezen aan de musea;
5. 
De aandacht van haar leden te vestigen op tentoonstellingen, lezingen, concerten, en andere evenementen, die in de musea plaatsvinden;
6. 
Het bevorderen van een brede maatschappelijke belangstelling voor de musea;
7. 
Alle andere middelen.

Leden
Artikel 5
De vereniging kent gewone leden en ereleden, nader samen te vatten onder de term leden, die alle stemrecht hebben.
1. 
Leden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen, alsmede rechtspersonen.
Het bestuur houdt een register, waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen. Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden.
Bij niet-toelating kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
Erelid wordt men door benoeming door de algemene ledenvergadering.
2. 
Het lidmaatschap eindigt door:
a. 
overlijden, of voor zoveel het rechtspersonen betreft, doordat zij ophouden te bestaan;
b. 
opzegging aan de secretaris vóór het einde van enig verenigingsjaar;
c. 
ontzetting uit het lidmaatschap door het bestuur, wanneer een lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de Vereniging niet nakomt, alsook wanneer er redelijkerwijs van de Vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

Bestuur
Artikel 6
1. 
Het bestuur bestaat uit een oneven aantal van ten minste vijf leden.
2. 
Benoeming tot bestuurslid geschiedt door de leden in algemene vergadering bijeen.
Kandidaten voor het bestuur worden gesteld door het bestuur of ten minste vijf leden, die daarvan tenminste drie dagen vóór de datum van de ledenvergadering, waarin over enige bestuursbenoeming zal worden beslist, schriftelijk bij de secretaris opgave moeten doen. Medewerkers van de musea zijn niet verkiesbaar als bestuurslid.
3. 
Het bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en penningmeester. Zij vormen het dagelijks bestuur. Het bestuur kan voor elk van hen uit zijn midden een vervanger aanwijzen. Een bestuurslid kan meer dan één functie bekleden.
4. 
De voorzitter en de secretaris vertegenwoordigen tezamen de vereniging in en buiten rechte.
5. 
Voor het beschikken over banksaldi is de handtekening van de penningmeester voldoende, tenzij de beschikking over deze banksaldi een door het bestuur vast te stellen bedrag te boven gaan. In dat geval is tenminste de handtekening van de penningmeester en één door het bestuur aangewezen bestuurslid vereist.

Einde bestuurslidmaatschap / Periodiek aftreden / Schorsing 
Artikel 7
1. 
Elk door de leden benoemd bestuurslid, ook wanneer die voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
2. 
Elk bestuurslid treedt uiterlijk vier jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende bestuurder is vanaf het moment van aftreden telkens herkiesbaar met dien verstande dat de zittingsduur maximaal acht jaar kan bedragen. Degene die in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
3. 
Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a. 
ten aanzien van een bestuurslid dat door de leden is benoemd: door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
b. 
door bedanken;
c. 
door overlijden.

Besluitvorming van het bestuur 
Artikel 8
1. 
Voor het nemen van een geldig besluit door het bestuur is vereist dat dit besluit geagendeerd is en dat de meerderheid van het bestuur bijeen is. Over niet geagendeerde onderwerpen kan worden besloten indien alle leden van het bestuur aanwezig zijn.
2. 
In het bestuur hebben de leden ieder een stem. Bestuursbesluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.
3. 
Bestuursleden kunnen zich in een bestuursvergadering schriftelijk door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen. Aan de eis van schriftelijkheid van de volmacht wordt tevens voldaan, indien de volmacht elektronisch is vastgelegd.
4. 
De leden van het bestuur kunnen hun stemrecht ook uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel.
5. 
Over personen wordt, tenzij het bestuur unaniem anders besluit, schriftelijk gestemd.
Over zaken wordt mondeling gestemd, tenzij een bestuurslid schriftelijke stemming verlangt.
6. 
De bestuursvergaderingen staan onder leiding van de voorzitter, of, bij diens ontstentenis of afwezigheid, onder leiding van een ander door het bestuur aan te wijzen lid van het bestuur.
7. 
Het bestuur is in het bijzonder belast met:
a.
Het beheer van de geldmiddelen en overige bezittingen van de vereniging;
b.
Het nemen van besluiten ten aanzien van al wat niet uitdrukkelijk aan de algemene vergadering is opgedragen;
c.
De verwerving van- en de beschikking over de in artikel 4, aanhef en onder 1 genoemde museale objecten van de vereniging;
d.
De beslissing omtrent het aannemen of verwerpen van geschenken, legaten of erfstellingen, die aan resp. ten gunste van de vereniging worden aangeboden of gemaakt.
8. 
Het bestuur is bevoegd tot het aangaan van geldleningen, het kopen, vervreemden, bezwaren, huren of verhuren van onroerende goederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijke medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt.
9. 
Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris, of, bij diens ontstentenis of afwezigheid, onder leiding van een ander door het bestuur aan te wijzen lid van het bestuur of een door het bestuur aan te wijzen derde, notulen opgemaakt, die door het bestuur worden goedgekeurd en door de voorzitter worden ondertekend.
10. 
Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

Financiën
Artikel 9
1. 
De gewone leden betalen een jaarlijkse contributie.
2.
De algemene ledenvergadering stelt de hoogte van de contributie vast.
3. 
De contributies worden besteed tot bestrijding van de verenigingskosten en voor zover daartoe niet vereist, eveneens gestort in het fonds, als bedoeld in artikel 4, lid 1 van deze statuten.
4. 
De overige aan de vereniging komende inkomsten worden door het bestuur zoveel mogelijk gestort in een fonds, als bedoeld in artikel 4, lid 1 van deze statuten.

Jaarverslag / Rekening en verantwoording.
Artikel 10
1.
Het verenigingsjaar loopt van een januari tot en met eenendertig december.
2.
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles betreffende de werkzaamheden van de vereniging, naar de eisen die voortvloeien uit de werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
3.
Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de penningmeester.
4.
De algemene vergadering benoemt uit de leden een commissie van twee leden, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onderzoekt de stukken als bedoeld in de tweede volzin van lid 3 van dit artikel en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. De zittingsduur van elk lid van de commissie is maximaal twee jaar met dien verstande dat jaarlijks een lid aftreedt.
5.
Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
6.
Goedkeuring door de algemene ledenvergadering strekt het bestuur tot décharge over zijn in het afgelopen jaar gevoerde bestuur, voor zover dit uit de rekening en verantwoording blijkt.

Algemene vergadering 
Artikel 11
1.
Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2.
Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt de jaarvergadering gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
a.
het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 10, met het verslag van de aldaar bedoelde commissie;
b.
de benoeming van de in artikel 10 genoemde commissie voor het volgende verenigingsjaar;
c.
voorziening in eventuele vacatures;
d.
voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
3.
Andere vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
4.
Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste 25 leden verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 10 of bij advertentie in tenminste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad, met inachtneming van de in artikel 10 vermelde oproepingstermijn.

Toegang en stemrecht 
Artikel 12
1.
Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden van de vereniging, de directeur van de musea, en degenen die daartoe zijn uitgenodigd door het bestuur.
Een bestuurslid heeft toegang tot de vergadering, waarin het voorgenomen besluit tot zijn schorsing wordt behandeld en is bevoegd over het voorgenomen besluit tot schorsing het woord te voeren. Geen toegang hebben bestuursleden die als zodanig geschorst zijn.
2.
Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering.
3.
Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen. Een lid kan maximaal drie volmachten aannemen.

Voorzitterschap en notulen
Artikel 13
1.
De ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één van de andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.
2.
Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die na goedkeuring door de ledenvergadering door de voorzitter en de notulist worden ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

Besluitvorming van de algemene vergadering
Artikel 14
1.
Het ter algemene ledenvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
2.
Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3.
Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
4.
Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
5.
Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten, plaats.
Heeft alsdan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij een persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij de voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht.
Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan een persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
6.
Indien de stemmen staken over een voorstel, dat niet de verkiezing van personen betreft, dan is het verworpen.
7. 
Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een der stemgerechtigden zulks vóór de stemming verlangt.
Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
8.
Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze leden niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
9.
Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig óf vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen – dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding – ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

Bijeenroeping algemene vergadering
Artikel 15
1.
De algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk of elektronisch aan de (elektronische) adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 5. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste acht dagen.
2. 
Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 16 en 17.

Statutenwijziging
Artikel 16
1.
In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. Deze oproep bevat mede de concepttekst van de statutenwijziging. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering bedraagt ten minste zeven dagen.
2. 
Een besluit tot statutenwijzing behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
3. 
Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.
Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.
4. 
De statuten en/of wijzigingen daarin worden gedeponeerd bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken.

Ontbinding
Artikel 17
1.
De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene ledenvergadering. Het bepaalde in de leden 1 en 2 van artikel 16 is ten aanzien van een besluit tot ontbinding van overeenkomstige toepassing.
Een besluit tot ontbinding behoeft ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
Is niet twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
2. 
De algemene ledenvergadering, besluit omtrent de bestemming van het batig saldo, welke bestemming in overeenstemming met de publieke doelstelling van de vereniging dient te zijn en moet worden besteed ten behoeve van een instelling, als bedoeld in artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die beantwoordt aan de culturele doelstelling van de vereniging. In eerste instantie wordt daarbij gedacht het batig saldo na vereffening ter beschikking te stellen van de musea.
3. 
Ter vereffening van het vermogen van de ontbonden vereniging treden de bestuursleden op als vereffenaars.
4. 
Op vereffenaars zijn van toepassing de bepalingen van deze statuten omtrent de benoeming, de schorsing en het ontslag van bestuursleden. Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheid als een bestuurslid, voor zover deze verenigbaar zijn met zijn taak als vereffenaar. Overigens zijn van toepassing de artikelen 23 tot en met 24 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Huishoudelijk reglement 
Artikel 18
1.
De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen.
2. 
Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

Waarvan akte.